[11-02-2010]


Finestrat en Puig Campana

Pirates of the Caribbean, the story continues…

Nieuwe zeeklifroutes in de Costa Blanca
Zuid-Spanje is de laatste jaren mijn tweede thuis geworden. Ik ben dan meestal te vinden in klimmerspension The Orange House in Finestrat. Dat is niet ver van Sella, Calpe (en Benidorm) aan de Spaanse Costa Blanca. In de weekeinden zijn de populaire klimgebieden daar vaak erg druk. Voor de doorsnee Spanjaard is het bovendien pas echt gezellig is als je héél veel herrie maakt. Maar ga je door de week klimmen, dan ben je niet zelden de enige. En wil je nog meer ongerept terrein, dan kun je zelf gaan behaken. Zo ontwikkelden we in Toix de prachtige sector Pirates of de Caribbean. De charme van dit gebied aan de zeekliffen nabij Calpe, maakt hem echter ook enigszins ontoegankelijk. Je moet flink abseilen om er te komen en eenmaal beneden kom je de sector niet zo makkelijk meer uit. Maar de routes zijn zo ontzettend mooi en er is zoveel werk en moeite in gestopt, dat ik klimmers graag wil motiveren om er óók heen te gaan.

Oudere zeeklifroutes
Zo'n tien jaar geleden openden vader en zoon Edwards al een aantal mooie klifroutes in de Sierra de Toix. Deze – nogal controversiële – mannen komen uit het Engelse Cornwall dat ook veel zeekliffen telt. Eén van de klassiekers van de Edwards is Magical Mystery Tour. Dat is een mooie (traverse) route van maximaal 5a die inmiddels gedeeltelijk is behaakt. Ook ontwikkelden de Edwards een aantal zwaardere routes in de sector Candelabra del Sol. De haken zijn de laatste jaren echter volledig doorgeroest. Maar niet getreurd, een paar van de mooiste routes worden momenteel opnieuw behaakt met roestvrij staal. Er was ook nog een derde sector met een paar mooie klifroutes: Raco del Corv. Dit gebied is helaas niet meer toegankelijk omdat de omringende heuvels compleet zijn volgebouwd met nieuwe – voorlopig vooral leegstaande – appartementenblokken. Ontzettend jammer, want dat betekent ook dat je (zonder kano) niet meer bij de klassieke route Vía Missing Link kan komen.

Pirates of the Caribbean
Als je vanaf de parkeerplaats in Toix Oeste een half uurtje verder loopt, is de bebouwde wereld in geen heinde en verre te bekennen. In dit gebied is nu een compleet nieuwe sector tot stand gekomen: Pirates of the Caribbean. De ontwikkeling is eind 2004 in gang gezet door Richard Mayfield, eigenaar en klimgids van The Orange House. Maar ere wie ere toekomt: het was de lokale klimmer en duiker Agustin Gómez die Rich op de potenties van dit gebied wees. De eerste route van het gebied was Parle: een spectaculaire multipitch met drie lengtes van maximaal 6a+. Om aan de route te beginnen moet je eerst 60 meter abseilen door een enorm gat in de zeeklifrand. Over Parle zijn al een paar artikelen geschreven in Nederlandse en Engelse klimtijdschriften. De route is vooral mooi door de spectaculaire setting: het heeft wel wat van een piratengrot waar je misschien nog een schat kunt vinden. Daarom heeft Richard zich bij het behaken en bij het kiezen van routenamen laten inspireren door de film(s) Pirates of de Caribbean. Parle was overigens tot voor kort behoorlijk spaarzaam behaakt. In oktober 2009 is de route echter gesaneerd en zijn er extra haken geplaatst.


Marijne Lekkerkerker in de tweede en de derde lengte van Parle 6a+

Nieuwste ontwikkelingen
Na Parle heeft Richard nog een flink aantal routes behaakt in de Pirates sector. Daarnaast is een groot deel van de sector ontwikkeld door Paul Thorburn. Mijn eigen bijdrage bleef beperkt tot schoonborstelen, uitproberen en zekerslaven. Paul komt uit Schotland; hij opende daar in de jaren ’90 veel traditionele routes. De laatste jaren heeft hij ook sportroutes ontwikkeld in Schotland (uiteraard alleen daar waar je met nuts en friends niet verder komt). Eind 2005 kwam Paul voor een korte vakantie naar The Orange House, waarna hij zich net als ik tot meubilair ontwikkelde.
Inmiddels telt de Pirates sector ruim twintig routes; het merendeel zevendegraads en een stuk of vier achtstegraads routes. De meeste routes zijn behoorlijk overhangend met redelijk grote grepen, enkele wat kleinere randjes en een tufa hier en daar. Ook voor de nieuwe routes moet je eerst 60 meter abseilen totdat je uitkomt op een groot plateau boven de zee. Uitzonderingen zijn de traverse Jack Sparrow en de routes Welcome to the Caribbean en Orange Men. Het begin van deze routes vind je even vóór respectievelijk na de grote gaten bovenop het klif.

Aanraders
Met een beetje mooi, maar niet al te warm weer is de Pirates sector echt een paradijs. Je hebt een waanzinnig mooi uitzicht met een fonkelende zee, oranje rots en blauwe lucht. Verder is het er erg rustig; je komt hooguit een paar vissersbootjes en wat meeuwen tegen. Maar bovenal: er zijn bijna alleen maar vijf sterren routes. De enige twee lijnen die ik niét aanraad zijn de tweede lengte van Captain Barbossa en de korte verbindende route tussen Miss Swann en Parle. Erg mooi is daarentegen AnnaMaria la Pirata con Cojones, een gevarieerde route met een pittige crux op een kleine ondergreep. Tia Alma heeft drie wat hardere passages, Bo’sun en Bo’suns Chair hebben beiden een blokpas en de twee 7a+’s in de kleinere grot links zijn mooie lange, continue routes op vooral grote grepen. Verder is Off the Edge of the map een erg spectaculaire route met een tien meter vet dak. Ook staan er nog een paar projecten open waaronder de verlenging van Welcome to the Caribbean (8b?). Denk er wel aan dat veel routes als tweede lengte beginnen vanaf een relais op een rotsrichel. Neem altijd prussiktouwtjes mee om te voorkomen dat je na een val in het luchtledige blijft bungelen. En klip bij de routes aan de meest linkerzijde van de sector de permanent aanwezige karabiners in wanneer je je setjes er weer uithaalt. Zo voorkom je dat je touw in het water terechtkomt.

Toegankelijkheid
Zoals gezegd, maakt de charme van de Pirates sector hem ook enigszins ontoegankelijk. Slechts vier routes toppen daadwerkelijk uit bovenop het klif: Parle 6a+, Tia Alma 7c, Bo'sun 7b+ en het laatste deel van de traverse Jack Sparrow 6b+ (maar je moet eerst minstens 7c klimmen om daar te komen). De andere routes hebben een eindketting aan de wand waarna je weer moet abseilen tot het tussenrelais of het begin van de route op het plateau boven de zee. En je moet er altijd rekening mee houden dat je na een val problemen kan krijgen om weer aan de wand te komen. Laat je door dit alles niet teveel afschrikken, maar wees wel gewaarschuwd. Afhankelijk van je niveau zijn de meest eenvoudige manieren om de sector uit te komen als volgt. Als je niet zo heel hard klimt, top dan uit via Parle. Dat kost je anderhalf tot, als je niet zo ervaren bent, maximaal drie uur. Kies als je wat sterker bent voor Bo'sun. De eerste lengte is 6a, de tweede 7b+. De crux van de tweede lengte zit rond de vierde haak en is makkelijk te omzeilen door aan het betreffende setje te rukken. Met een beetje mazzel ben je dan na een kwartiertje weer boven. Naklimmen in deze overhangende route valt meestal tegen. Doe dat alleen als je tenminste 6c+ klimt. Als je weer op het klif staat, moet je ook nog een half uur teruglopen tot de parkeerplek, liefst in daglicht.


José López Pérez in Off the Edge of the Map 8a

Behaking
Je staat daar meestal niet zo bij stil, maar behaken is zwaar, kostbaar en tijdrovend werk. De meeste routes in de Pirates sector hangen behoorlijk over en moeten door de zoute omstandigheden met roestvrij staal worden behaakt. Dat kan met expansiehaken, die relatief eenvoudig zijn te plaatsen, of met lijmhaken. Lijmhaken zijn duurzamer, maar het lastige ervan is dat je ze pas na enige droogtijd kan gaan gebruiken. Dat betekent dat je als behaker een systeem moet ontwikkelen om tijdens het werk aan de wand te kunnen blijven. Uiteindelijk zijn bijna alle routes in de sector goed, maar niet overvloedig behaakt. Voor de meeste routes zijn roestvrijstalen lijmhaken gebruikt. En klein deel van de eerste lichting routes is met niet-roestvrijstalen expansiehaken behaakt. Daardoor hebben enkele routes (waaronder Bo'sun) nu enigszins roestige haken. Paul en Richard houden de staat en betrouwbaarheid van de haken echter goed in de gaten. Een deel van de oude haken is in oktober 2009 bovendien al vervangen voor roestvrij staal.

Bolt Fund
De haken in de Pirates sector zijn grotendeels uit eigen zak betaald (en dat gaat om honderden euro's) met bijdragen van het Orange Bolt Fund. Het Orange Bolt Fund wordt gevuld door bezoekers en gasten van The Orange House. De opbrengst gaat naar het (her)behaken van routes in de diverse klimgebieden in de Costa Blanca. Ook Spaanse routebouwers ontvangen donaties uit deze pot. Op deze manier kunnen bezoekende klimmers toch enigszins bijdragen aan de ontwikkeling van het gebied. In de meeste klimgebieden gebeurt dat via de verkoop van topo’s. Zo niet in de Costa Blanca. Er zijn weliswaar een paar Spaanse klimgidsen voor deelgebieden, maar de meest populaire overzichtstopo voor het gebied wordt uitgegeven door het Engelse Rockfax. Van de opbrengst daarvan zie je in Spanje niks terug.

Routebeschrijving
De zeeklifroutes van Pirates of the Caribbean liggen op ongeveer dertig minuten loopafstand van Toix Oeste. Om daar te komen, neem je op de N332 ten zuiden van Calpe de afslag voor de villawijk Maryvilla. Let op: als je vanuit Finestrat komt is dit – in een bocht – een vrij plotselinge afslag naar rechts. Volg dan de bordjes Castellete de Calpe en parkeer aan het einde van de weg. Loop daar het onverharde wandelpad op. Je ziet dan vrijwel meteen de eerste klimrotsen aan je linkerhand. Loop deze voorbij en blijft het pad volgen. Na zo'n 100 meter loopt het pad rechts wat naar beneden. De route is gemarkeerd met steenmannetjes. Na zo'n twintig minuten ben je vlakbij de klifrand (je bent dan al voorbij het abseilpunt van Magical Mystery Tour). Als je de steenmannetjes blijft volgen, zie je rechts een plateau op de klifrand. Zo'n vijftig meter daarna stuit je op twee enorme gaten in het klif. Een van deze twee gaten is uitgerust met een abseilketting. Dit is de toegang tot de sector.

Materiaal
Voor de Pirates sector heb je twee touwen nodig: een klimtouw en een abseiltouw. Voor Parle volstaat een klimtouw van zo'n 60 meter. Voor de meeste andere routes heb je liever 70 of zelfs 80 meter. Voor het abseiltouw volstaat 60 meter. Hou er rekening mee dat de wrijving en hitte van je zekerapparaat het abseiltouw kunnen aantasten. Gebruik daarom liever een statisch touw of een wat dikker (en eventueel ouder) klimtouw. Neem verder zoveel mogelijk setjes mee: de zwaarste routes aan de linkerzijde (40 tot 50 meter) zijn bedoeld om in één keer te klimmen, zonder gebruik te maken van het relais voor de makkelijker eerste lengtes. Denk ook aan extra lange setjes om touwwrijving te voorkomen. Neem verder je zekerapparaat mee, een stuk of wat schroefkarabiners en een aantal bandlussen en prussiktouwtjes. En vergeet niet voldoende eten, drinken en – afhankelijk van het weer – windjack of zonnebrand mee te nemen. Andere spullen kun je bovenop het klif achterlaten. Het abseiltouw laat je hangen totdat je via één van de routes weer boven op de klifrand bent gekomen. Eventueel kun je aan het eind van de dag een tas met spullen aan het abseiltouw bevestigen dat je dan omhoog trekt nadat je hebt uitgetopt.

Abseil
Op de klifrand heb je twee enorme gaten. Rond het voorste gat zijn diverse haken aangebracht. De twee dichtstbijzijnde haken zijn bedoeld om aan uit te toppen als je Parle klimt. Gebruik deze niet voor je abseil, maar doe dat aan de haken met ketting even verderop. Hier kun je ook een zelfzekering aanbrengen. Bevestig dan het abseiltouw (minstens 60 meter!) met een lus door de ring van de ketting. Gooi het touw naar beneden en abseil vervolgens een paar meter over het eerste liggende deel naar een haak met een ring. Maakt daar een tussenlus in het abseiltouw en zorgt daarbij voor tenminste één meter slack. Je moet dit doen omdat anders het abseiltouw teveel over het buikje schuurt bij de rest van de afdaling. Aan de haak met ring kun je ook weer een zelfzekering maken om vervolgens je abseilapparaat van boven de knoop naar onder de knoop te verplaatsen. Seil dan ab totdat je bij het ruime plateau boven de zee aankomt. Denk er bij het losmaken aan dat je zekerapparaat gloeiend heet is.


Marijne Lekkerkerker in AnnaMaria la Pirata con Cojones 7c

Jaargetijde
In het algemeen kun je in de Costa Blanca klimmen van september tot en met mei. In het vroege najaar en de lente kan het wel erg heet zijn. Je kan dan het beste noordwanden opzoeken of gaan deep water solo’en. In oktober en februari regent het vaak. De laatste jaren zijn sowieso erg nat in de Costa Blanca. De zeekliffen zijn zuidelijk georiënteerd: de beste maanden om er te klimmen zijn meestal december, januari en maart. Met een beetje regen hou je het in de Pirates sector nog droog, maar ga er niet heen als het echt hard regent of heeft geregend. De rots kan dan een tijdje glibberig aanvoelen. Bovendien zijn sommige wat kleinere tufa's na regen behoorlijk fragiel.

Reis
Als je in de Costa Blanca gaat klimmen, heb je over het algemeen een auto nodig. Er zijn veel verschillende klimgebieden, maar ze liggen wel een eindje van elkaar af. Als je veel tijd hebt is de Costa Blanca vanuit Nederland goed per auto te bereiken. Wel zijn de tolwegen in Frankrijk en aan de Spaanse oostkust behoorlijk duur. Verder kun je via sommige reisbureaus een package deal naar Benidorm boeken. Bovendien heeft Transavia redelijk betaalbare vluchten naar Alicante. Boek van tevoren via internet een huurauto, want op het vliegveld is het erg duur. Vanaf Alicante is het zo’n 40 minuten rijden naar Finestrat of een uurtje naar Calpe.

Verblijf
Voor wat betreft verblijf zijn heel veel mogelijkheden. Je kunt in Calpe een appartement of goedkope villa huren; tevoren via internet of ter plekke via de tourist info of de vele reclameborden in de stad. In het dorp Sella komen steeds meer appartementen die zich richten op klimmers; prijzen variëren van €16 tot €75 per persoon per nacht. Check de mogelijkheden op sellabunkhouse.com of casaroc.com. Ook een goede optie is The Orange House in Finestrat. Vanaf daar is het een kleine twintig minuten rijden naar de zeekliffen. The Orange House heeft kamers, slaapzalen en kampeermogelijkheid. Prijzen variëren van €9 tot zo’n €25 per persoon per nacht. The Orange House wordt door steeds wisselende managers gerund, waaronder ikzelf. Er is ook een heel simpele refugio in het klimgebied Sella. Je kunt er kamperen of op de zolder slapen. De voorzieningen en de sfeer zijn er sinds Armando de boel runt (en vóór hem ook al met de Hongaar Laslo), enorm op vooruit gegaan. Je betaalt hier zo'n €5 per nacht.


Overzicht van de Pirates sector

Topo
De in februari 2010 bijgewerkte Engelstalige topo (pdf) staat Hier. Als je een handzame overzichts-topo wilt met de meest actuele stand van zaken, stuur dan een e-mail naar info@orangehouse.net.

Tekst Marijne Lekkerkerker
Fotografie Richard Mayfield, Paul Thorburn en Marijne Lekkerkerker